214 | Nostalgie

 

 

De redactie van Groniek is verheugd ons lustrumnummer 'Nostalgie' te presenteren.

Op donderdag 19 oktober jongstleden kwamen de huidige Groniek-redactie, oud-redacteurs en andere genodigden bijeen in het Van Swinderen Huys te Groningen om het vijftigjarig bestaan van dit tijdschrift te vieren. Het avondvullende programma stond geheel in het teken van het begrip dat tevens op de omslag van dit nummer staat: nostalgie. Voor dit thema is gekozen omdat nostalgie tegenwoordig vooral in een slecht daglicht staat, maar het ook een fenomeen is waar vrijwel iedereen bekend mee is. Nostalgie is sterk verbonden met de manier waarop mensen zich verhouden tot het verleden – een verhouding die voor alle historici, en daarmee ook voor Groniek, een belangrijk onderwerp van onderzoek is. Als een geïdealiseerde perceptie van een tijd die voorgoed voorbij is, kan nostalgie ons immers zoveel vertellen over de aard van de tijd waarin deze gevoelens van verlangen tot stand komen.

Het nummer dat u nu in handen heeft, sluit aan bij het lustrumsymposium. Sommige artikelen zijn een uitwerking van een gegeven lezing, andere artikelen zijn een aanvulling op reeds besproken perspectieven. De scheiding tussen themagedeelte en het supplement zoals die in andere nummers bestaat is in dit nummer minder duidelijk aanwezig. Alle artikelen sluiten op een bepaalde manier aan bij het thema nostalgie. Het openingsartikel correspondeert met de openingslezing van Frank Ankersmit. Ankersmit betoogt aan de hand van kleurrijke voorbeelden dat nostalgie niet zozeer een verlangen is naar het verleden, maar juist naar een plek van tijdloosheid waar het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst niet wordt ervaren. Jacqueline Klooster en Inger Kuin analyseren in het tweede artikel de manier waarop nostalgie in de oudheid werd ingezet als politiek middel door bijvoorbeeld keizer Augustus na de Romeinse burgeroorlogen van de eerste eeuw voor Christus. Engelsman Thomas Spence (1750-1814) vormt het onderwerp van het derde artikel. De ideeën van Spence over gemeenschappelijk landbezit in Engeland worden in dit artikel door Alastair Bonnett beschreven als ‘nostalgisch radicaal’. Michael Robinson laat in zijn artikel zien dat de combinatie van ontdekkingsreizen en nostalgie in de late achttiende eeuw leidde tot bepaalde paradoxen.

Het supplement van dit nummer sluit zoals gezegd nauwer aan bij het themagedeelte dan gewoonlijk. Het supplement opent met de ‘Hoog van de Toren’, waarin redacteuren Carmen Burgio en Ingwer Walsweer terugblikken op het verleden van studentenbladen en onderzoeken ze de rol die deze studentenbladen gedurende de tijd van hun bestaan hebben ingenomen in de academische wereld. De laatste jaren wordt er steeds meer aandacht besteed aan historische dramaseries. In de rubriek ‘Discordia’ gaat Peter Rietbergen in op hoe er door middel van zogenoemde ‘taiga drama’s’ in Japan aandacht wordt besteed aan het verleden. In de rubriek ‘Persoonlijkheden’ bespreekt Gandolfo Cascio de met nostalgie doordrenkte werken en levens van drie dichters in ballingschap: Ovidius, Dante en Mandelstam. Het supplement sluit af met een interview met Annegreet van Bergen. Naar aanleiding van haar boek Gouden Jaren hebben twee redacteuren Van Bergen geïnterviewd over de nostalgie die er bestaat bij de oudere generaties naar de jaren vijftig en zestig.

 

De redactie van Groniek wenst u veel leesplezier toe.

 

Poster_Nostalgie JPEG

 

 

 

 

 

 

 

 

‚Äč